Preventie van dementie in de huisartsenzorg: langetermijneffecten van specifieke groepen bloeddrukverlagers op de incidentie van dementie

Dr. Eric Moll van Charante

In de afgelopen decennia is er steeds meer bewijs gekomen dat risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals hoge bloeddruk, roken, diabetes en onvoldoende beweging, ook het risico op dementie vergroten. Dit heeft de vraag opgeroepen of dementie voorkomen kan worden door een gezonde leefstijl en goede behandeling van hoge bloeddruk en diabetes. Inmiddels zijn er aanwijzingen dat een beter behandelde hoge bloeddruk op langere termijn inderdaad de kans op het ontwikkelen van dementie verkleint.

Recent Nederlands onderzoek in de huisartsenpraktijk heeft laten zien dat dit gunstige effect vooral toe te schrijven is aan twee soorten bloeddrukverlagers: de zogenaamde calciumantagonisten (CCBs) en angiotensinereceptorblokkers (ARBs). Deze bevinding kan grote gevolgen hebben voor zowel de behandeling van hoge bloeddruk, omdat alle vijf groepen bloeddrukverlagers momenteel als gelijkwaardig worden beschouwd, maar ook voor de preventie van dementie wereldwijd. Vanzelfsprekend zullen deze resultaten dan eerst moeten worden bevestigd door onderzoek in een grotere eerstelijnspopulatie. Dat is het doel van dit onderzoek.

In dit voorstel willen we gebruik maken van de database van het academisch Huisartsennetwerk in Amsterdam (AHA database, locatie AMC), waarin betrouwbare gegevens aanwezig zijn rondom gebruik van bloeddrukverlagers en het al dan niet optreden van dementie bij thuiswonende patiënten. De database bevat gegevens van een omvangrijke groep patiënten (van 46.000 in 1995 tot ruim 500.000 in 2016) over een periode van maximaal 25 jaar. Daarmee is zij uitermate geschikt voor de vraag, of langdurig gebruik van de genoemde twee groepen bloeddrukverlagers (ten opzichte van de andere groepen) geassocieerd is met een lager risico op dementie.