De rol van de huisarts in de periode voorafgaand aan de diagnose colorectaal carcinoom (CRC)

 

Prof. dr. M.Y. Berger, prof. dr. G.H. de Bock Dr. A.J. Berendsen, ir. C. Roorda-Lukkien

 Uit onderzoek naar de rol van de huisarts tijdens de acute fase (behandelfase) van colorectaal carcinoom (CRC) blijkt dat patiënten met CRC tijdens deze fase – het eerste jaar na de diagnose – vaker contact hebben met hun huisartspraktijk, vaker medicatie krijgen voorgeschreven en vaker verwezen worden dan controlepatiënten.1 Dit onderzoek is gesubsidieerd door de stichting Stoffels- Hornstra. Uit dit onderzoek blijkt echter ook dat, vergeleken met controlepatiënten, de patiënten met CRC in het gehele jaar voorafgaand aan de diagnose significant meer zorg gebruiken in de huisartspraktijk. Dit verhoogde zorggebruik in het jaar voor de diagnose werd niet gezien bij patiënten met mammacarcinoom.

Doelstelling(en) onderzoeksproject      Inzicht verkrijgen in het verloop en de aard van het eerstelijns zorggebruik in de tijd voorafgaand aan de diagnose CRC. 

Onderzoeksvragen

              Hoe is het verloop van het zorggebruik van patiënten met CRC voorafgaand aan de diagnose? Vanaf welk moment vindt er een toename plaats?

              Hoe vaak hebben patiënten contact met hun huisartspraktijk, krijgen zij medicatie voorgeschreven en worden zij verwezen in de tijd (maanden/jaren) voorafgaand aan de diagnose CRC?

              Hoeveel patiënten hebben contact met hun huisartspraktijk, krijgen medicatie voorgeschreven en worden verwezen in de tijd voorafgaand aan de diagnose CRC?

              Om welke redenen hebben patiënten met CRC contact met hun huisartspraktijk, krijgen zij medicatie voorgeschreven en worden zij verwezen vanwege klachten gerelateerd aan CRC (uitgaande van ICPC en ATC codes)?

              Voor welke ‘alarmsymptomen’ hebben patiënten contact met hun huisartspraktijk?

 

Geef een reactie