Categoriearchief: Gesubsidieerde onderzoeken

Saturatiemeting thuis bij COVID-19 patiënten. Een gerandomiseerde, gecontroleerde pilot trial naar de haalbaarheid en veiligheid van thuismonitoring met pulsoximetrie bij COVID-19 patiënten met een cardiovasculaire ziekte of een cardiovasculair risicoprofiel.

Prof. Dr. Frans H Rutten

Bij dit onderzoek gaan we na of een reeds geteste meter die het zuurstofgehalte in het bloed meet, veilig en nuttig is indien deze door patiënten thuis wordt gebruikt.

Dit gaan we na bij patiënten die een matig ernstige COVID-19 infectie hebben én een hart- en vaatziekte hebben óf risicofactoren op een hart- of vaatziekte zoals hoge bloeddruk, overgewicht of suikerziekte.

Hiertoe krijgen in een klein test onderzoek 25 patiënten een meter thuis (3 maal daags meten). Zij worden vergeleken met 25 patiënten die gebruikelijke zorg van de huisarts krijgen. Dit kan in beide gevallen ook betekenen verwijzing naar het ziekenhuis als dit nodig is.

Met deze studie zal helder worden of (1) zuurstofmeting thuis goed is uit te voeren, (2) als prettig/veilig wordt ervaren, (3) zorgt voor bijtijds insturen naar het ziekenhuis als dit nodig blijkt te zijn.

Preventie van dementie in de huisartsenzorg: langetermijneffecten van specifieke groepen bloeddrukverlagers op de incidentie van dementie

Dr. Eric Moll van Charante

In de afgelopen decennia is er steeds meer bewijs gekomen dat risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals hoge bloeddruk, roken, diabetes en onvoldoende beweging, ook het risico op dementie vergroten. Dit heeft de vraag opgeroepen of dementie voorkomen kan worden door een gezonde leefstijl en goede behandeling van hoge bloeddruk en diabetes. Inmiddels zijn er aanwijzingen dat een beter behandelde hoge bloeddruk op langere termijn inderdaad de kans op het ontwikkelen van dementie verkleint.

Recent Nederlands onderzoek in de huisartsenpraktijk heeft laten zien dat dit gunstige effect vooral toe te schrijven is aan twee soorten bloeddrukverlagers: de zogenaamde calciumantagonisten (CCBs) en angiotensinereceptorblokkers (ARBs). Deze bevinding kan grote gevolgen hebben voor zowel de behandeling van hoge bloeddruk, omdat alle vijf groepen bloeddrukverlagers momenteel als gelijkwaardig worden beschouwd, maar ook voor de preventie van dementie wereldwijd. Vanzelfsprekend zullen deze resultaten dan eerst moeten worden bevestigd door onderzoek in een grotere eerstelijnspopulatie. Dat is het doel van dit onderzoek.

In dit voorstel willen we gebruik maken van de database van het academisch Huisartsennetwerk in Amsterdam (AHA database, locatie AMC), waarin betrouwbare gegevens aanwezig zijn rondom gebruik van bloeddrukverlagers en het al dan niet optreden van dementie bij thuiswonende patiënten. De database bevat gegevens van een omvangrijke groep patiënten (van 46.000 in 1995 tot ruim 500.000 in 2016) over een periode van maximaal 25 jaar. Daarmee is zij uitermate geschikt voor de vraag, of langdurig gebruik van de genoemde twee groepen bloeddrukverlagers (ten opzichte van de andere groepen) geassocieerd is met een lager risico op dementie.

 

“Therapietrouw bij patiënten met onvoldoende gecontroleerde hoge bloeddruk”

Dr. Monika Hollander

Hoge bloeddruk is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten en sterfte. Bij veel patiënten blijft de bloeddruk te hoog, ondanks het gebruik van 3 of meer bloeddrukverlagende medicijnen. We noemen dit “ongecontroleerde hypertensie”. Deze patiënten hebben een extra hoog risico op hart- en vaatziekten en worden meestal naar de specialist in het ziekenhuis verwezen. Uit onderzoek is gebleken dat als de therapietrouw beter was geweest er bij groot deel van hen verwijzing niet had gehoeven.

In de STEPWISE-HTN trial wordt het effect nagegaan van een praktisch stappenplan bij 240 patiënten met ongecontroleerde hypertensie in de huisartsenpraktijk. De helft van de huisartsen verstrekt de gebruikelijke behandeling en de andere helft volgt een stappenplan bij de gebruikelijke behandeling. Een belangrijk onderdeel van het stappenplan is nagaan of patiënten hun bloeddrukverlagende pillen innemen (therapietrouw). Dit werd tot nu toe nagegaan met vragenlijsten. Echter een veel betrouwbaardere manier is het te meten door middel van bloedonderzoek.

Tegenwoordig kunnen de afbraakproducten van de voorgeschreven medicijnen worden gemeten.

Vraagstelling:

  • Hoe is de relatie tussen therapietrouw (gemeten aan de hand van de afbraakproducten) en bloeddruk?
  • Welke redenen geven patiënten aan om de medicijnen niet volgens voorschrift te gebruiken?
  • Leidt de stapsgewijze interventie tot een betere therapietrouw dan de gebruikelijke zorg?

Met de antwoorden op deze vragen kan de behandeling van hoge bloeddruk verder verbeterd worden.

Externe validatie van drie voorspellende modellen voor het risico op hart- en vaatziekten in de eerste lijn in Nederland.

Dr. M.C.J. Biermans

Externe validatie van drie voorspellende modellen voor het risico op hart- en vaatziekten in de eerste lijn in Nederland

Preventieve behandelingskeuzes voor hart- en vaatziekten (HVZ) worden doorgaans gebaseerd op voorspellende modellen en gepresenteerd als risicotabellen. In Nederland is de risicotabel voor het 10-jaarsrisico op fatale en non-fatale HVZ gebaseerd op het Systematic COronary Risk Evaluation (SCORE. Het Framingham model is een ander veelgebruikt model.

Toepassing van deze modellen in een andere populatie of een andere tijdsperiode vereist een gecompliceerde aanpassing van het model. Onlangs is een nieuw model, Globorisk, ontwikkeld dat, in vergelijking met SCORE-NL en Framingham, eenvoudiger geüpdate kan worden.

Doelstelling(en) onderzoeksproject: Het bepalen en vergelijken van de externe validiteit van de predictiemodellen Globorisk, SCORE-NL en Framingham in Nederlandse patiënten in de eerste lijn.

Elektronische zelfmonitoring van stemming voor het voorspellen van depressie na kanker: Onderzoek naar de toepassing van “Ecological Momentary Assessment” in de huisartspraktijk

dhr. dr. Johannes Wouters, dhr. dr. Huibert Burger, mw. dr. Saskia Duijts,                            mw. dr. Harriëtte Riese, mw. dr. Jetje de Vries, mw. prof. dr. Marjolein Y. Berger

Stemmingsklachten en depressie komen  vaak  voor als mensen  kanker  hebben gehad. Maar voor de huisarts is het herkennen van depressie niet eenvoudig. Mensen met een depressie hebben  vaak  geheugenklachten. Hierdoor is het lastig om de huisarts te vertellen welke stemmingsproblemen iemand precies heeft. Voor patiënten die kanker hebben gehad is dit nog moeilijker. Ook behandeling met chemotherapie leidt vaak tot geheugenstoornissen. Daarnaast zijn de depressieve klachten na kanker anders dan de klachten die de meeste patiënten met depressie hebben. Een veelbelovende methode om een beginnende  depressie  beter te herkennen heet Ecological Momentary Assessment ( EMA).

Via een app op de smartphone, krijgen patiënten op toevallige momenten van de dag gedurende een aantal weken signalen. Na elk signaal vraagt de EMA app aan patiënten  om een korte vragenlijst in te vullen over hun stemming op dat moment. Zo kan de stemming tijdens een aantal weken nauwkeurig worden gevolgd. De huisarts kan vervolgens sneller ingrijpen als een patiënt een depressie dreigt te krijgen. In dit onderzoek wordt bij 105 patiënten die kanker hebben gehad, nagegaan of de EMA app depressie voorspelt. Patiënten met uitzaaiingen of met ernstige psychiatrische problemen worden niet uitgenodigd. Daarnaast worden huisartsen, praktijkondersteuners en patiënten geinterviewd hoe je de EMA app in de praktijk het beste kunt gebruiken. De resultaten bieden inzicht in het gebruik van EMA om depressie bij kankerpatiënten sneller te herkennen. De EMA app wordt samen met een “Infographic” met daarin nuttige uitleg beschikbaar gesteld aan huisartsen zodat ze de EMA app kunnen gebruiken.

Vervolgonderzoek naar een online zelf-test voor mensen die zich zorgen maken om hun geheugen: normering en fine-tuning testadvies, in goede orde ontvangen

Dr. Hein van Hout, Prof. Dr. Wiesje Van Der Flier

Veel personen maken zich zorgen over hun geheugen en hun vergeetachtigheid als mogelijk teken van beginnende dementie. Bij de meeste personen is deze vergeetachtigheid goedaardig. Bij een klein deel is het mogelijk een teken van beginnende dementie.

VUmc heeft een zelftest op internet ontwikkeld waarmee iemand zichzelf kan testen. De test kan vrij goed onderscheid maken tussen normale of abnormale vergeetachtigheid bij personen die zich melden in een geheugenpolikliniek. Alvorens deze test breder aan te bieden willen VUmc onderzoekers een goed beeld krijgen van de testprestaties van normale mensen. Dat helpt om normscores te maken en beter te adviseren over normale en abnormale vergeetachtigheid. Ook willen de onderzoekers samen met ouderen passende testadviezen opstellen. De onderzoekers hopen dat de test kan helpen om enerzijds mensen gerust te stellen en andere personen naar passende hulp te leiden.

GET READY om terugval bij angst en depressie te voorkómen: een studie naar de ervaringen met de toepassing van een begeleid E-healthprogramma in de huisartsenpraktijk

Prof. Dr. Berno van Meijel

Dit kwalitatieve onderzoek vormt een separate deelstudie ter aanvulling op het GET READY onderzoek, waarbij via de huisartsenpraktijk een terugvalpreventieprogramma – met E-health-ondersteuning – wordt aangeboden aan mensen die recent zijn hersteld van depressie- en/of angstklachten en daarvoor behandeling ontvingen in de basis- of specialistische GGZ.

In dit kwalitatieve onderzoek zullen interviews gehouden worden met 15 patiënten en 15 praktijkondersteuners huisarts GGZ (POH-GGZ) die deelnemen aan GET READY. Deze interviews zullen ‘in paren’ plaatsvinden, wat betekent dat we zowel de patiënt als diens POH-GGZ interviewen naar hun ervaringen met het terugvalpreventieprogramma. Hierdoor ontstaat een goed beeld van de verschillende perspectieven op de waarde en bruikbaarheid van het interventieprogramma. Na afronding van de individuele interviews zullen er twee toetsende focusgroepinterviews gehouden worden, een met patiënten en een met POH-GGZ. Hierbij worden de resultaten uit de individuele interviews samenhangend gepresenteerd, waarna toetsing van de bevindingen plaatsvindt en zal worden vastgesteld hoe het terugvalpreventieprogramma verder verbeterd kan worden.

Met de uitkomsten van het onderzoek kan het terugvalpreventieprogramma voor angst en depressie verder worden aangepast aan de wensen en voorkeuren van patiënten en POH-GGZ, waardoor de kansen op succesvolle implementatie in de toekomst verder verhoogd kunnen worden.

Externe validatie van twee voorspellende modellen voor het risico op hart- en vaatziekten in de eerste lijn in Nederland.

Dr. M.C.J. Biermans

Externe validatie van twee voorspellende modellen voor het risico op hart- en vaatziekten in de eerste lijn in Nederland

Preventieve behandelingskeuzes voor hart- en vaatziekten (HVZ) worden doorgaans gebaseerd op voorspellende modellen en gepresenteerd als risicotabellen. In Nederland is de risicotabel voor het 10-jaarsrisico op fatale en non-fatale HVZ gebaseerd op het Systematic COronary Risk Evaluation (SCORE)

Toepassing van deze modellen in een andere populatie of een andere tijdsperiode vereist een gecompliceerde aanpassing van het model. Onlangs is een nieuw model, Globorisk, ontwikkeld dat, in vergelijking met SCORE-NL, eenvoudiger geüpdate kan worden.

Doelstelling(en) onderzoeksproject: Het bepalen en vergelijken van de externe validiteit van de predictiemodellen Globorisk en SCORE-NL in Nederlandse patiënten in de eerste lijn.

“Welke biomarkers zijn nuttig bij de diagnostiek van TIA in de huisartspraktijk?”

Dr. F.H. Rutten

Een ‘transient ischaemic attack (TIA)’ is een kortdurende doorbloedingsstoornis in de hersenen. Het is te beschouwen als een ‘waarschuwingsherseninfarct’ waarbij er nog geen blijvende hersenschade is opgetreden en de klachten en verschijnselen zonder restverschijnselen verdwijnen binnen 24 uur. Een TIA kan beschouwd worden als ‘een waarschuwing’ die onbehandeld kan leiden tot een herseninfarct binnen enkele dagen tot weken. Indien wel behandeld met bloedplaatjesremmers, bloeddrukverlagers en cholesterolverlagers kan dit risico met 80% afnemen!

Herkennen van een TIA is dan ook erg belangrijk.

Dit is echter moeilijk voor zowel patiënt als arts, omdat klachten en verschijnselen abrupt beginnen en vaak slechts enkele minuten aanwezig zijn. De patiënt zoekt bijna altijd eerst contact met de huisarts en deze heeft momenteel niet meer ter beschikking dan het verhaal van de patiënt aangevuld met gerichte vragen (anamnese) en het lichamelijk onderzoek. Zoals gezegd zijn vaak de klachten en verschijnselen verdwenen op het moment van het eerste onderzoek. Indien de huisarts denkt aan een TIA, zal hij/zij de patiënt verwijzen naar een TIA-poli. Aldaar zullen ze ook de anamnese afnemen en de hersenen in beeld brengen. Bij beeldvorming is nog geen schade te zien in geval van een TIA, wel als het een herseninfarct betreft.

Dus ook voor de neuroloog is de diagnose TIA moeilijk te stellen. Soms is dan ook de conclusie ‘mogelijk TIA’ of ‘waarschijnlijk TIA’.

Een bloedmerkstof (biomarker) die helpt om de diagnose met meer zekerheid te stellen, zou dan ook enorm behulpzaam zijn voor zowel huisarts als neuroloog op de TIA-poli.

Vraagstelling: Wat is de (toegevoegde) diagnostische waarde van bloedmerkstoffen bij patiënten die door de huisarts worden verdacht van een TIA?

We willen dit nagaan bij 206 patiënten verdacht van een TIA die we al ‘in kaart hebben gebracht’ en van wie we bloed hebben verzameld. Het oordeel van een panel van 3 expert neurologen is de ‘gouden standaard’. Volgens hen had 61% werkelijk een TIA en 39% niet.

Met ons onderzoek zijn wij de eersten wereldwijd die vast kunnen stellen of  bloedmerkstoffen die al verkrijgbaar zijn het stellen van de diagnose TIA verbeteren.

Hiervoor hebben wel aanvullende financiering nodig, het liefst via de Stichting Stoffels Hornsta.

De effectiviteit en kosteneffectiviteit van psychosomatische therapie voor patiënten met Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) die hun huisarts veelvuldig bezoeken.

Drs. Margreet S.H. Wortman, Prof. dr. H.E. van der Horst

Een deel van de patiënten die frequent de huisarts bezoeken, heeft lichamelijke klachten, waarvoor de huisarts geen lichamelijke aandoening als afdoende verklaring vindt:  Somatisch Onvoldoende  verklaarde  Lichamelijke  Klachten (SOLK).12  Bij  patiënten met SOLK die frequent de huisarts bezoeken, is er in veel gevallen sprake van psychologische  en/of  sociaal(-economische)  stressoren  of  stressvolle  life events.

Het doel van een behandeltraject is het zelfregulerend vermogen van de patiënt te stimuleren met beter functioneren tot gevolg. Uit een onlangs door ons afgeronde gerandomiseerde pilot-trial, ‘Brief Multimodal Psychosomatic Therapy in patients with medically unexplained symptoms’ blijkt dat psychosomatische therapie een klinisch betekenisvolle verbetering van symptomen van SOLK bij patiënten in de eerste lijn kan opleveren.

Doelstelling(en) onderzoeksproject:
Het doel van dit onderzoek is de effectiviteit en kosteneffectiviteit van de psychosomatische therapie voor patienten met SOLK te onderzoeken.

Naast de kwantitatieve effectiviteitsstudie voeren we een procesevaluatie uit om a) na te gaan welke modules daadwerkelijk worden ingezet, b) de meest werkzame elementen van de psychosomatische therapie te identificeren en c) inzicht te krijgen welke   patiënten vooral baat kunnen hebben bij deze aanpak. We zullen in een kwalitatief deelproject de ervaringen van patiënten in kaart brengen als verdieping van onderdelen b) en c).

Studieopzet

We zetten een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek (RCT) op dat plaats zal vinden  binnen de eerste  lijn waarbij  totaal  16    huisartsenpraktijken  worden gerandomiseerd in een interventiegroep  (psychosomatische  therapie  naast de gebruikelijke huisartsenzorg)  of  een  controlegroep  (gebruikelijke  huisartsenzorg).  Aan elke huisartsenpraktijk is een psychosomatisch therapeut gelieerd. Er zijn 75 patiënten nodig  per  behandelarm verdeeld  over  8 praktijken.

We volgen alle patiënten één jaar en patiënten beantwoorden vragenlijsten bij aanvang en na 3, 6 en 12    maanden.

De primaire uitkomstmaat is door de patiënt ervaren beperkingen in het functioneren gemeten met de Patiënt Specifieke Klachtenlijst (PSK).

Procesevaluatie

Het doel van de procesevaluatie is het exploreren van de ‘black box’ van de interventie. Door het in kaart brengen welke modules van de interventie worden toegepast, wat de redenen voor keuze zijn, wat hiermee de ervaringen zijn van zowel de therapeuten als de patiënten en het identificeren van de meest werkzame elementen van de psychosomatische therapie, krijgen we inzicht in welke patiënten het meeste baat zullen hebben bij deze aanpak en kunnen we de interventie, waar nodig, verbeteren

Het totaal gevraagde subsidiebedrag aan de Stichting Stoffels­ Hornstra bedraagt € 146.230,10 voor de gehele projectduur. Dit betreft vooral de salariskosten van een onderzoeksassistent, materiële kosten zoals een deel van de kosten voor de digitale vragenlijsten en database.