Maandelijks archief: februari 2017

‘Parkinson patiënt en huisarts aan zet: een hulpmiddel voor patiënten met de ziekte van Parkinson om bij veranderingen in het ziektebeloop de regie te behouden’.

Prof. WJJ Assendelft,  Prof. ALM Lagro-Janssen, Drs. AOA Plouvier, Prof. B. Bloem, Radboutumc; Werkgroep Parkinson Vereniging: Dr C Struiksma

 Verslechtering van het ziektebeeld leidt vaak tot een uitbreiding van de hoeveelheid zorg en inzet van meer gespecialiseerde en duurdere zorg, waarbij het gevaar dreigt dat zaken onnodig worden overgedaan, zoals onderzoek dat in het voortraject al heeft plaatsgevonden. Uit de ervaringen van leden van de Parkinson Vereniging en uit onze eerdere onderzoeken naar het diagnostisch proces bij Parkinson, komt naar voren dat patiënten juist tijdens deze veranderingen (transities) het gevoel hebben dat er voornamelijk voor hen, over hen, maar bijna altijd zonder hen allerlei beslissingen genomen worden. Parkinsonpatienten spreken de wens uit dat er veel beter naar hen wordt geluisterd, en dichten de huisarts daarbij een belangrijke rol toe om hen te faciliteren te helpen bij het verwoorden van behandeldoelen.

Doelstelling(en) onderzoeksproject:  

Een optimale kwaliteit van leven door verbetering van de autonomie en vaardigheden van patiënten met de ziekte van Parkinson.

Het concrete doel is het ontwikkelen van vaardigheden, getransformeerd naar een instrument (handvatten zoals bijvoorbeeld een stappenplan of een toolkit), dat patiënten (m/v) toerust om zoveel mogelijk regie te houden bij veranderingen in hun ziektebeloop (transities) en de daarmee samenhangende zorg.

Werkwijze:

We doen dit in nauwe samenwerking met de doelgroep. Daartoe wordt via en met de patiëntenvereniging een panel samengesteld. Samen met dit panel (30 patiënten met de ZvP) wordt dit instrument gemaakt. De vorm, bijvoorbeeld een stappenplan, of een wijzer met handvatten of een toolkit, of anderszins, zal gedurende het project ontwikkeld worden. Dit instrument wordt in een continue wederkerig proces geëvalueerd (gedurende een jaar) op inhoud, acceptatie en bruikbaarheid. Met deze feedback wordt het instrument aangepast en uiteindelijk geïmplementeerd.

 

‘Calamiteiten bij acute hart- en vaatziekten op de huisartsenpost’: Deelonderzoek van het onderzoeksproject “Safety First”

Dr. Dorien LM Zwart en Dr. Frans H Rutten, UMC Utrecht, Julius Centrum

 Doelstelling(en) onderzoeksproject:

1.            Inventarisatie van de (patiënt) karakteristieken bij calamiteiten op huisartsenposten in de regio Utrecht waarbij het gaat om een gemist hartinfarct, een gemiste beroerte, of een gemist AAAA.

2.            Vergelijking maken met patiënten met dezelfde symptomatologie waarbij echter niet een van deze drie acute cardiovasculaire gebeurtenissen werd gemist.

 

Activiteiten:

               Deelstudie 1: Observationeel onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van de calamiteitenregistratie van de Stichting Primair Huisartsenposten Utrecht. Het gaat om calamiteiten uit de periode 2012-2016.

              Deelstudie 2: Case-control studie waarbij het diagnostisch proces bij patiënten met een gemiste diagnose hartinfarct, leidend tot een calamiteit, wordt vergeleken met dat van patiënten met vergelijkbare klachten, waarbij er geen sprake is van een calamiteit.

               Deelstudie 3: Case-control studie waarbij het diagnostisch proces bij patiënten met een gemiste diagnose beroerte, leidend tot een calamiteit, wordt vergeleken met dat van patiënten met vergelijkbare klachten, waarbij er geen sprake is van een calamiteit .

              Deelstudie 4: Case-control studie waarbij het diagnostisch proces bij patiënten met een gemiste diagnose AAAA, leidend tot een calamiteit, wordt vergeleken met dat van patiënten met vergelijkbare klachten, waarbij er geen sprake is van een calamiteit.

 

                “Safety First” is een regionaal project in de provincie Utrecht, bij 9 huisartsenposten aangesloten bij de Stichting Primair Huisartsenposten. “Safety First” beoogt:

1.            Het beschrijven, begrijpen en verbeteren van het diagnostisch proces, de urgentiebepaling en de patiëntveiligheid bij telefonische triage van patiënten verdacht voor een hartinfarct of een beroerte.

2.            Kennis vergaren over de invloed van cognitieve bias tijdens telefonische triage en identificeren van mogelijke aangrijpingspunten voor verbetering van de kwaliteit en patiëntveiligheid van telefonische triage.

3.            Aanbevelingen formuleren voor de ontwikkeling van onderwijs aan triagisten en huisartsen (in opleiding) over cognitieve bias.