Maandelijks archief: december 2014

Timely recognition of palliative care needs of patients with advanced heart failure: a feasibility study of the Dutch version of the Needs Assessment Tool: Progressive Disease – Heart Failure (NAT: PD-HF)

Dr. D.J.A. Janssen

Congestive Heart Failure (CHF) is a major cause of morbidity and mortality worldwide. In the Netherlands, almost one-third of over the age of 55 will develop CHF. The prognosis of CHF is worse than for many of the common malignant diseases with a three year mortality of about 25% for men and women.

Recently, the ‘Needs Assessment Tool: Progressive Disease – Heart Failure (NAT: PD-HF)” has been developed in Australia with the potential to be used as part of a strategy to identify and triage the management of palliative care needs experienced by people with CHF The aim of the present pilot study is to study the feasibility, acceptability and impact of the use of the NAT: PD-HF among outpatients with advanced heart failure.

More specific, objectives are:

1.1 To study clinician acceptibility of the use of the NAT: PD-HF;

1.2 To study the recruitment rate of patients and their carers;

1.3 To study completeness of clinician completion of the NAT: PD-HF, and consultation time when using the tool;

2.1 To gain preliminary data regarding the effect of the NAT: PD-HF on palliative care referral, patient–reported symptom burden, disease-specific health status, family caregiving, care dependency, and advance care planning among patients with CHF in order to inform study outcome measures and sample size calculation for a phase 3 cluster RCT.

Ervaringen en opvattingen van oncologisch specialisten en huisartsen over advance care planning bij oncologische patiënten: wie bespreekt wat, hoe en op welk moment?

Drs. J.J. Oosterink,

Advance care planning (ACP) is het proces waarbij de patiënt, in samenspraak met hulpverleners en naasten, besluiten neemt over zorg en behandeling in de toekomst. ACP wordt gezien als een belangrijk onderdeel van palliatieve zorg met aangetoond positieve zorguitkomsten: minder angst en stress bij patiënten, meer tevredenheid bij naasten, vaker overlijden op de gewenste plek en minder agressieve behandeling in de laatste levensfase, waardoor lagere zorgkosten in de laatste weken.

Vraagstellingen

1. Welke levenseinde onderwerpen worden op welk moment, door wie en hoe besproken bij palliatief behandelde oncologische patiënten?

2. (Waarom) vinden oncologisch specialisten en huisartsen ACP belangrijk?

3. Hoe verloopt de taakverdeling, de afstemming en de samenwerking?

4. Wat zijn voor oncologisch specialisten en huisartsen bevorderende en belemmerende factoren bij ACP?

Welke alarmsignalen (rode vlaggen) zijn waardevol bij de diagnostiek van maligniteiten in de wervelkolom in de eerstelijnsgezondheidszorg?

 

Prof dr BWKoes

Het doel van deze studie om de wetenschappelijke onderbouwing van de rode vlaggen die in richtlijnen worden aanbevolen bij de diagnostiek van maligniteiten in de wervelkolom vast te stellen. Op basis van deze inventarisatie wordt bepaald welke rode vlaggen het meest belangrijk zijn voor directe toepassing in de daqeliikse praktiik dan wel voor nadere bestuderinq in klinische studies. Het project bestaat uit twee deelonderzoeken: (1) nventarisatie van (inter) nationale richtlijnen voor de diagnostiek van maligniteiten van de wervelkolom.In bestaande richtlijnen/standaarden gepubliceerd in minimaal 13 verschillende landen, wordt nagegaan welke rode vlaggen warden aanbevolen bij de diagnostiek in de eerstelijnsgezondheidzorg van maligniteiten van de wervelkolom. (2) Van alle rode vlaggen die bij deelproject 1zijn geïdentificeerd, zal systematisch geïnventariseerd worden wat de huidige evidence is aangaande hun diagnostische waarde. Dit gebeurt aan de hand van literatuuronderzoek waarbij specifiek gezocht wordt naar review-artikelen en originele studies naar de diagnostische waarde van de rode vlaggen en maligniteiten van de wervelkolom.

Palliatieve zorg voor mensen met kanker en hun naasten: sluit het zorgaanbod in de eerste lijn aan op de behoeften?

 

 

 

Prof. dr. AL. Francke

Dit onderzoek kan antwoord geven op de volgende onderzoeksvraag: In hoeverre sluit de palliatieve zorg van huisartsen en verpleegkundigen en verzorgenden van de thuiszorg aan bij de zorg- en ondersteuningsbehoeften van mensen met voortschrijdende kanker en hun naasten?. Dit onderzoeksproject zal resulteren in een duidelijk beeld van de mogelijke discrepanties en hiaten tussen zorgaanbod en -behoefte van patienten met kanker en hun naasten in de palliatieve fase. Deze resultaten worden omgezet in concrete aanbevelingen voor het optimaliseren van palliatieve zorg in de eerstelijnsgezondheidszorg. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het verbeteren van een complexe zorgvraag van een groeiende groep patienten: bieden we de juiste zorg aan, in de juiste vorm, met de juiste omvang en intensiteit, gegeven door de juiste zorgprofessional aan patienten met kanker en hun naasten in de eerstelijns palliatieve zorg? Dit onderzoek kan antwoord geven op de volgende onderzoeksvraag: In hoeverre sluit de palliatieve zorg van huisartsen en verpleegkundigen en verzorgenden van de thuiszorg aan bij de zorg- en ondersteuningsbehoeften van mensen met voortschrijdende kanker en hun naasten?. Dit onderzoeksproject zal resulteren in een duidelijk beeld van de mogelijke discrepanties en hiaten tussen zorgaanbod en -behoefte van patienten met kanker en hun naasten in de palliatieve fase. Deze resultaten worden omgezet in concrete aanbevelingen voor het optimaliseren van palliatieve zorg in de eerstelijnsgezondheidszorg. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het verbeteren van een complexe zorgvraag van een groeiende groep patienten: bieden we de juiste zorg aan, in de juiste vorm, met de juiste omvang en intensiteit, gegeven door de juiste zorgprofessional aan patienten met kanker en hun naasten in de eerstelijns palliatieve zorg?