Maandelijks archief: april 2014

Addition onderzoek

G.E.H.M.Rutten

De studie is een onderdeel van de internationale Addition studie. In deze interventiestudie worden de effecten van gebruikelijke behandeling vergeleken met intensieve multifactoriele behandeling. De uitkomst maten zijn: overlijden en macro- en microvasculaire ziekte.

Doelstelling:

het ontwikkelen van preventieve strategien voor toepassing in de 1e lijn voor het tegengaan van cognitieve achteruitgang. In de onderhavige studie wordt met neuropsychologische onderzoeken de cognitieve achteruitgang bij vroege diabetes type 2 patienten gemeten. Een tweede doel van de studie is het ontdekken van determinanten van versnelde cognitieve achteruitgang in DM2 patienten.

Om welke redenen wordt geen aanvullend onderzoek verricht naar prostaatkanker bij mensen met een verhoogd PSA gehalte?

K.van der Meer en J.M. Nijman

Huisartsen en niet-urologische specialisten vragen frequent een PSA bepaling aan. Hierbij spelen patiëntfactoren (ongerustheid, evenals familieanamnese), maar ook artsfactoren (leeftijd, geslacht, het niet durven missen van een diagnose) een belangrijke rol.

Doelstelling:

het verhelderen van de redenen om na het vinden van een (sterk) verhoogd PSA gehalte geen vervolg onderzoek in te zetten.

Methode:

uit een database van een klinisch chemisch laboratorium van een ziekenhuis worden patiënten met verhoogde PSA gehaltes geselecteerd. De aanvragende artsen worden een gestructureerde vragenlijst voorgelegd.

Zorg voor mensen met een psychose in de huisartsenpraktijk

Mw M.P.T.Oud

Mensen met een psychotische stoornis hebben een verhoogd risico op somatische comorbiditeit zoals hart- en vaatziekten en diabetes mellitus; uit de literatuur blijkt de eerstelijnszorg hier geen rekening mee te houden.

Doelstelling onderzoeksproject:

Inzicht verwerven in de aard en omvang van de zorg van de huisarts voor patiënten met een psychotische stoornis teneinde een richtlijn te kunnen formuleren om de kwaliteit van deze zorg te verbeteren.

Onderzoek opzet:

In het LINH databestand wordt nagegaan welke somatische comorbiditeit voorkomt bij patiënten met een psychotische stoornis. Over een periode van 5 jaar wordt het hulpzoekgedrag van de patiënten en het huisartsgeneeskundig handelen daarbij in kaart gebracht. De data worden vergeleken met een controlegroep van mensen met psychische klachten zonder psychose en met een controlegroep zonder psychische problemen.

Zorgcoördinatie van dementiepatienten en hun belangrijkste mantelzorgers in de eerstlijn, een ontwikkelstudie.

H.P.J.van Hout en H.W.J.van Marwijk

Beschrijvende pilot studie, waarin optimale kwaliteit van zorg wordt ontwikkelt en toegepast op dementiepatienten en hun centrale verzorger, in de huisartsenpraktijk, conform de richtlijnen van het NHG en het CBO.

Optimale zorg wordt vormgegeven binnen het ‘collaborative care model’, met de elementen:

  • Mutidisciplinaire eerstelijns teams: huisarts, praktijkondersteuner, ouderenspecialist en apotheker.
  • Monitoring van gedragsproblemen van patiënten en zorgstress van mantelzorgers
  • Beslissingsondersteuning materiaal voor het diagnosticeren van dementie.
  • Psychosociale interventie-protocollen voor veel voorkomende gedragsproblemen en zorgstress.
  • Medicatierichtlijn voor gedragsproblemen.
  • Voorlichtingsmateriaal.
  • Leidraad voor het voeren van een familiegesprek.

Uitkomsten

  • Aantal nieuw gediagnosticeerde patiënten.
  • Mate waarin kwaliteitsindicatoren voor dementiezorg worden uitgevoerd.
  • Faciliterende en belemmerende factoren.
  • Frequentie van gedragsproblemen van de patient en de mate van stress die deze de mantelzorger veroorzaakt.
  • Tevredenheid met zorg door mantelzorgers.
  • Aantal crises en opnames.
  • Kwaliteit van leven van patient en mantelzorger.
  • Zorgbehoefte van de mantelzorger.

Effect van leefstijladvisering op de kwaliteit van leven. Eerstelijns onderzoek op het gebied van hartziekten

Het onderzoek maakt deel uit van de GOAL-study
K.van der Meer, F.W. Beltman

Doelstelling(en) onderzoeksproject:

De vraagstellingen die beantwoord dienen te worden zijn als volgt:

  • Wat is het effect van leefstijladvisering door een praktijkondersteuner op de kwaliteit van leven na 1 en 3 jaar follow-up in vergelijking met de gebruikelijke huisartsenzorg.
  • Wat is het verschil in kwaliteit van leven tussen deelnemers die wel de gewenste gewichtsreductie (gewichtsafname tenminste 5%) behalen en deelnemers waarbij dat niet gelukt is (gewichtstoename meer dan 1%).
  • Wat is het effect van leefstijladvisering door een praktijkondersteuner op de kwaliteit van leven na 1 en 3 jaar follow-up in vergelijking met de gebruikelijke huisartsenzorg. Wat is het verschil in kwaliteit van leven tussen deelnemers die wel de gewenste gewichtsreductie (gewichtsafname tenminste 5%) behalen en deelnemers waarbij dat niet gelukt is (gewichtstoename meer dan 1%).

Opzet:

De GOAL-study wordt uitgevoerd in op 11 locaties (huisartspraktijken) in Groningen, Friesland en Drenthe. De deelnemers (n=456) hebben een verhoogd cardiovasculair risico (overgewicht (BMI tussen 25-40 kg/m2) en daarnaast hypertensie en/of dyslipidemie) en door middel van leefstijladvisering wordt geprobeerd dit risico te verlagen.

In 2006 is de nulmeting verricht, in 2007 de eerstejaarsmeting en in 2009 vindt de derdejaarsmeting plaats. Vanaf 1 augustus 2009 zullen alle gegevens verzameld zijn.

Evaluatie:

Met behulp van statistische toetsen zal bekeken worden er veranderingen zijn opgetreden in de kwaliteit van leven na 1 en 3 jaar en of mogelijke veranderingen samenhangen met de gewichtsverandering. Verder zal onderzocht worden of dit afhangt van het geslacht, de leeftijd en de mate van overgewicht

Tijdige (h)erkenning van dementie: validatie van geautomatiseerde (zelf)screeners

Hans Wouters, Hein van Hout, Wiesje van der Flier, Anne Margriet Pot, Philip Scheltens, Henriette van der Horst. Afdeling Huisartsgeneeskunde & Ouderengeneeskunde & Alzheimercentrum VUmc & het Trimbos Instituut.

Een publiekelijk toegankelijke anonieme automatische telefonische of online zelf-screener geeft een inschatting van het eigen cognitief functioneren. Een dergelijke zelf-screener werkt drempelverlagend, omdat mensen niet eerst hun gene hoeven te overwinnen om over de mogelijkheid van dementie te praten. Omgekeerd kan de huisarts bezorgde ouderen attenderen op deze zelf-screener. Het inzicht van mensen met vroege dementie in het functioneren van het eigen geheugen en concentratievermogen is waarschijnlijk intact. Het is daarom te verwachten dat deze mensen in staat zullen zijn om hun eigen bezorgdheid over hun geheugen- en concentratieproblemen te verifiëren met behulp van een zelf-screener.

Doelstelling(en) onderzoeksproject:

Dit project stelt zich ten doel om twee geautomatiseerde cognitieve tests met bijpassend uitslagadvies te ontwikkelen en te valideren voor zowel afname via internet als per telefoon. De eerste test is een zelf-screener van het eigen geheugen. De tweede test is een hetero-anamnestische vragenlijst waarmee een naaste de ernst van de geheugenproblemen van een partner of familielid na kan gaan.

Het project bestaat uit drie gedeelten:

  1. een pilot waarin optionele onderdelen voor de geautomatiseerde zelf-screener en hetero-anamnestische vragenlijst worden getest op gebruiksvriendelijkheid.
  2. verifiëren of zowel de zelf-screener als de automatische hetero-anamnestische vragenlijst accuraat zijn voor het vaststellen van cognitieve achteruitgang zoals gemeten met een gevalideerde neuropsychologische testbatterij en een klinische diagnose van dementie.
  3. passende testadviezen formuleren met betrokkenheid van experts en de doelgroep.

Verbeteren van de kwaliteit van leven en de prognose van patiënten met diabetes type 2 en hartfalen (door vroegtijdige herkenning van hartfalen bij diabetes)

Leandra Boonman-de Winter

De primaire onderzoeksvraag is:

  • Hoe vaak komt hartfalen voor bij patiënten met diabetes mellitus type 2 van 60 jaar en ouder?

De aanvullende onderzoeksvragen:

  • Wat is de meest (kosten-)effectieve diagnostische strategie om voorheen onbekend hartfalen bij patiënten met type 2 diabetes te detecteren.
  • Wat is de impact van hartfalen en de combinatie van de diagnose hartfalen met vervolgens behandeling van hartfalen, op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met type 2 diabetes.

Dit onderzoek is door een ander fonds gesubsidieerd. De stichting Stoffels-Hornstra heeft een aanvullende subsidie verstrekt.

De rol van de huisarts tijdens zowel de acute fase als de chronische fase van colorectaal carcinoom

Carriene Roorda-Lukkien UMCG

Doelstelling onderzoek:

  1. inzicht verkrijgen in de omvang en de aard van de huidige huisartsenzorg voor patienten met CRC tijdens de acute fase en de chronische fase.
  2. inzicht verkrijgen in de zorgvragen en/of –behoeften van patienten met CRC met betrekking tot de huidige en de gewenste huisartsenzorg tijdens de acute fase en de chronische fase.

Voorkeuren van oudere patiënten met multimorbiditeit als leidraad bij medicatie beoordeling

Dr J.Schuling, prof dr FM.Haaijer-Ruskamp UMCG

Deelonderzoek: Verhelderen en wegen van patiëntvoorkeuren:

  • Het ontwikkelen van de behandelvoorkeurenschuif tot een gestandaardiseerde interventie die kan rekenen op een goede acceptatie door patiënten en op een breed draagvlak onder huisartsen en hun praktijkondersteuners.
  • Het vaststellen van het profiel van die patiënten bij wie het gesprek met de behandelvoorkeurenschuif effectief is.

Interventie:

De behandelvoorkeurenschuif is een gesprekshulpmiddel, waarmee de huisarts de voorkeuren van de patient kan verhelderen en deze in staat stelt een eigen weging te maken tussen 4 generieke behandeluitkomsten, te weten levensverlenging, onafhankelijkheid, pijnbestrijding en verlichting van andere symptomen. De score op de behandelvoorkeurenschuif vormt een leidraad voor de huisarts om de bestaande behandeling te herzien. In Nederland is nog geen ervaring opgedaan met het werken met een dergelijk hulpmiddel.

Op een eerste kennismaking, in het kader van nascholing, kwamen enthousiaste reacties. De deelnemende huisartsen ontvangen een training in gedeelde besluitvorming, in het bijzonder in de toepassing van de behandelvoorkeurenschuif.

Hoofddoel:

Verbeteren van de kwaliteit van leven van oudere patiënten met multimorbiditeit. Andere subdoelen zijn:

  1. vaststellen voor welke ouderen met multimorbiditeit een overgang van ziektespecifieke behandelingen naar een integrale behandeling conform de voorkeuren van de patient geïndiceerd is;
  2. nagaan welke effecten de toepassing van de behandelvoorkeurenschuif bij ouderen met multimorbiditeit oplevert.

De PROSPECTS studie is een observationele studie die over de tijd verschillende aspecten en uitkomsten van SOLK (Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten) zal onderzoeken bij patienten die zich bij verschillende zorginstellingen melden met S

Drs Nikki van Dessel, EMGO+ instituut VU medisch centrum

De primaire doelstelling is het in kaart brengen van het beloop van klachten en functioneren bij patienten met SOLK. Hierbij willen we in stand houdende factoren identificeren bij patienten met SOLK, evenals voorspellende factoren voor een gunstig of juist ongunstig beloop.

Dit zal leiden tot betere prognostische gegevens over SOLK. Daarnaast zal het leiden tot identificatie van risicopatienten voor persisiterende SOLK en tot aanknopingspunten voor behandeling.